Concert in de Sint-Joriskerk, Hof 1 te Amersfoort t.g.v. Allerzielen met o.a. het Requiem van Maurice Duruflé. Aanvang 20:15 uur.

Requiems zijn het hele jaar door prachtig om naar te luisteren. Maar op sommige dagen krijgen ze extra veel waarde. Bijvoorbeeld wanneer op 2 november met Allerzielen in de katholieke traditie de overledenen worden herdacht. Op die dag voerde het St. Joris Kamerkoor dit jaar het Requiem van Maurice Duruflé uit. Dit werk bevat veel melodieën uit het gregoriaanse requiem, gestoken in een impressionistisch jasje. Net als bijvoorbeeld Gabriël Fauré heeft Duruflé in zijn requiem geen Dies irae toegepast. Geen schilderachtig verslag van het laatste oordeel, zoals dat in menig requiem dramatisch wordt weergegeven. Het stuk straalt berusting uit en laat horen dat de hemel niet gesloten blijft. Het Pie Jesu uit dit requiem geldt als een absoluut hoogtepunt en heeft een aparte cellopartij.

Diezelfde cello, bespeeld door Maya Fridman, heeft de hoofdrol in het indrukwekkende Stabat Mater van Knut Nystedt. Dit relatief onbekende werk heeft een grote zeggingskracht. De klagende cello en de expressieve koorpassages verbeelden op dramatische wijze de emoties van de wenende moeder, die moet aanzien hoe haar zoon sterft aan het kruis.

Francis Poulenc hield zich eigenlijk nooit zo bezig met religieuze muziek. Totdat op zeker moment een goede vriend van hem omkwam bij een motorongeluk. Dat maakte een diepe indruk op Poulenc en daarna verschenen vele prachtige geestelijke composities van zijn hand. Zijn zetting van het Salve Regina wordt beschouwd als een van de parels uit de Franse koorliteratuur. Het werk is delicaat en gevoelig van aard. Donkere tragische momenten treden af en toe op de voorgrond en die contrasteren prachtig met de sensuele schoonheid en (ogenschijnlijke) eenvoud van de rest van de compositie.

Het enorme oeuvre van Josquin des Prez bevat een bij het grotere publiek wat onbekend gebleven juweeltje. Toen Josquin's leermeester Johannes Ockeghem overleed, schreef de componist een eerbetoon aan zijn muzikale vader. Hij roept in het stuk vier collega-componisten op om met hem mee te rouwen. De tekst is in het Frans, maar de baritonpartij is in het Latijn. Die partij zingt de originele gregoriaanse requiemmelodie die ook te horen is bij de eerste koorinzet van Duruflé's Requiem.

Het complete programma was:

- Josquin des Prez (ca. 1450-1521) - Nymphes des bois (koor a capella)

- Giovanni Sollima (*1962) - Alone (cello solo)

- Francis Poulenc (1899-1963) - Salve Regina (koor a capella)

- Jéhan-Ariste Alain (1911-1940) - Choral Dorien, op. 67 (orgel solo)

- Knut Nystedt (1915-2014) - Stabat Mater, op. 111 (koor en cello solo)

- Maurice Duruflé (1902-1986) - Requiem, op. 9 (koor, mezzosopraan en orgel)

Medewerkenden waren:

- Eline Welle - mezzosospraan

- Maya Fridman - cello

- Rien Donkersloot - orgel

Het geheel stond onder muzikale leiding van Wouter Verhage.